Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Noot 15 Voorzieningen voor personeelsbeloningen

Voorzieningen personeelsbeloningen

 

Kortlopend deel

Langlopend deel

Totaal

€ miljoen

2014

2013

2014

2013

2014

2013

Langetermijnpersoneelsbeloningen

      

Vergoedingen na uitdiensttreding

1

2

1

2

2

4

Overige langetermijnpersoneelsbeloningen

12

12

41

39

53

51

Ontslagvergoedingen/reorganisatievoorziening

13

10

7

12

20

22

Totaal

26

24

49

53

75

77

       

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

      

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

41

41

-

-

41

41

       

Boekwaarde per 31 december

67

65

49

53

116

118

Vergoedingen na uitdiensttreding

Alliander kent verschillende pensioen- en pensioenachtige regelingen voor zijn huidige en voormalige medewerkers. Het merendeel van de pensioenverplichtingen is ondergebracht bij het Pensioenfonds ABP. Naast deze hoofdregeling bestaan enkele andere toegezegd-pensioenregelingen en een aantal toegezegde-bijdrageregelingen die qua omvang en belang niet significant zijn. De pensioenregeling van het ABP is een collectieve regeling van meerdere werkgevers. De pensioenregeling is aan te merken als een toegezegd-pensioenregeling. Het evenredige deel van de brutoverplichting, fondsbeleggingen en kosten van uitvoering van de regeling zou derhalve in de jaarrekening van Alliander moeten worden verwerkt. Echter, aangezien Alliander geen toegang heeft tot informatie van het pensioenfonds, wordt deze regeling behandeld als een toegezegde-bijdrageregeling. Ten aanzien van collectieve regelingen van meerdere werkgevers geldt tevens dat ingeval een overeenkomst bestaat waarin wordt bepaald hoe een surplus zal worden uitgekeerd aan de deelnemers of hoe een tekort zal worden gefinancierd, en de regeling administratief wordt verwerkt als een toegezegde-bijdrageregeling, een vordering respectievelijk verplichting moet worden opgenomen die uit de overeenkomst voortvloeit. De resulterende baten of lasten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De pensioenregeling die is ondergebracht bij het Pensioenfonds ABP kent geen overeenkomsten als hiervoor bedoeld. Daarom is geen vordering of verplichting opgenomen. Dit geldt eveneens voor de pensioenen die zijn ondergebracht bij BPF Bouw en het Pensioenfonds voor Metaal en Techniek.

Naar aanleiding van de in 2008 opgetreden verslechtering van dekkingsgraad heeft het ABP in 2009 een herstelplan opgesteld. Jaarlijks voert het ABP aan het begin van het jaar een evaluatie uit over de voortgang van het herstel op basis van het de gerealiseerde dekkingsgraad per eind van het voorgaande jaar. De dekkingsgraad per eind 2014 was 101,1% (2013: 105,9%). De pensioenpremie bedroeg in 2014 21,6% van het pensioengevend salaris. In 2015 bedraagt de pensioenpremie 19,6%. De belangrijkste oorzaak van de daling is het vervallen van de herstelopslag. Dit zorgt voor een daling van de premie van 3%-punt. De overige factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de premie zijn onder andere:

  • De eenmalige kosten voor het verlengen van de duur van bestaande uitkeringen. Deze worden verlengd van 65 jaar naar de nieuwe AOW-leeftijd. Dit is onderdeel van de nieuwe pensioenregeling 2015;
  • De ontwikkeling van het deelnemersbestand;
  • Stijging levensverwachting.

Sommige factoren zorgen voor een stijging van de premie, andere voor een daling. Alle factoren samen zorgen voor de daling van 2%-punt. Het relatieve aandeel van Alliander in de pensioenregeling van het ABP op basis van het aantal deelnemers bedraagt circa 0,5%. De in 2015 te betalen pensioenpremies voor de collectieve regelingen bedragen naar verwachting € 59 miljoen.

Naast de bovenstaande collectieve regelingen voor de pensioenregelingen in Nederland, kent Alliander een tweetal niet-materiële toegezegd-pensioenregelingen bij dochterondernemingen in Duitsland. Deze regelingen worden conform de gewijzigde IAS 19 verwerkt. Dit betekent dat met ingang van 2013 actuariële resultaten en herwaarderingen direct worden verwerkt. Als gevolg van de beperkte bedragen is dit niet zichtbaar in de geconsolideerde jaarrekening.

De vergoedingen na uitdiensttreding betreffen voornamelijk een regeling inzake de ziektekostenverzekering van gepensioneerde medewerkers. Deze verplichting is niet bij een pensioenfonds of externe verzekeraar ondergebracht. De voorziening voor vergoedingen na uitdiensttreding bedroeg aan het eind van 2014 € 2 miljoen (2013: € 4 miljoen). De voorziening voor vergoedingen na uitdiensttreding is als volgt opgebouwd:

Vergoedingen na uitdiensttreding

 

Kortlopend deel

Langlopend deel

Totaal

€ miljoen

2014

2013

2014

2013

2014

2013

Pensioenrechten en toegezegde rechten inzake de ziektekostenverzekering van gepensioneerde werknemers

1

2

1

2

2

4

       

Actuariële waarde per 31 december

1

2

1

2

2

4

Overige langetermijnpersoneelsbeloningen

Alliander kent een aantal overige langetermijnpersoneelsbeloningen. De voorziening omvat de volgende soorten uitkeringen:

  • Jubileumuitkeringen; deze voorziening dekt de jubileumuitkeringen bij het bereiken van het 10-, 20-, 30-, 40- en 50-jarig dienstverband en de uitkering bij beëindigen van het dienstverband wegens pensionering;
  • Uitkeringen bij langdurig ziekteverlof; deze voorziening dekt de verplichting om gedurende een periode van twee jaar de betrokken medewerker zijn salaris geheel of gedeeltelijk door te betalen;
  • Uitkering bij invaliditeit; Alliander is eigen risico drager voor de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze voorziening dekt de verplichting voor medewerkers van Alliander die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geworden;
  • Uitkeringen bij werkloosheid; Alliander is eigen risico drager voor de Werkloosheidswet (WW). Indien een medewerker van Alliander werkloos wordt, dan komt de uitkering ten laste van Alliander voor een periode van 3 maanden tot maximaal 38 maanden, afhankelijk van het arbeidsverleden van de betrokkene;
  • Werktijdverkorting oudere medewerkers; als gevolg van de wettelijke maatregelen rondom VUT en prepensioen is in de CAO, die in 2005 is afgesloten, een overgangsregeling gecreëerd waarbij oudere medewerkers in de toekomst minder kunnen gaan werken. In onderstaande tabel is de samenstelling van de post overige langetermijnpersoneelsbeloningen weergegeven.

Overige langetermijnpersoneelsbeloningen

 

Kortlopend deel

Langlopend deel

Totaal

€ miljoen

2014

2013

2014

2013

2014

2013

Jubileumuitkeringen

2

2

31

27

33

29

Uitkeringen bij langdurig ziekteverlof/invaliditeit

5

5

5

6

10

11

Uitkeringen bij werkloosheid

2

2

2

2

4

4

Werktijdverkorting

2

2

1

2

3

4

Overig

1

1

2

2

3

3

       

Boekwaarde per 31 december

12

12

41

39

53

51

Ontslagvergoedingen/reorganisatievoorziening

Onder de voorziening voor ontslagvergoedingen/reorganisaties worden opgenomen de vergoedingen en/of aanvullingen op uitkeringen die worden betaald aan medewerkers van wie de arbeidsrelatie is of waarschijnlijk wordt beëindigd. De uitkeringen en aanvullingen zijn gebaseerd op het Sociaal Plan van Alliander en individuele afspraken. Het Sociaal Plan wordt periodiek onderhandeld en vastgesteld. Gedurende 2014 is een bedrag van € 21 miljoen toegevoegd aan de reorganisatievoorziening (2013: € 16 miljoen). De voorziening voor ontslagvergoedingen/reorganisaties bedroeg aan het eind van 2014 € 20 miljoen (2013: € 22 miljoen).

Mutatieoverzicht langetermijnpersoneelsbeloningen

In onderstaande tabel is het verloop van de voorzieningen voor vergoedingen na uitdiensttreding, de overige langetermijnpersoneelsbeloningen en de ontslagvergoedingen/reorganisatie opgenomen.

Verloopoverzicht voorzieningen inzake personeelsbeloningen

€ miljoen

Vergoedingen na uitdienst treding

Overige langetermijn-personeels-beloningen

Ontslag-vergoedingen/ reorganisatie-voorziening

Totaal

Stand van de verplichtingen uit hoofde van de toegezegde rechten per 1 januari 2013

5

55

21

81

     

Mutaties 2013

    

Vrijval

-

-4

-6

-10

Dotatie

-

6

16

22

Rentekosten

-

1

-

1

Uitgekeerde bedragen

-2

-7

-9

-18

Herwaardering

1

-

-

1

Totaal

-1

-4

1

-4

     

Stand van de verplichtingen uit hoofde van de toegezegde rechten per 31 december 2013

4

51

22

77

     

Mutaties 2014

    

Vrijval

-1

-3

-12

-16

Dotatie

-

10

21

31

Rentekosten

-

1

-

1

Uitgekeerde bedragen

-2

-5

-11

-18

Totaal

-3

3

-2

-2

     

Stand van de verplichtingen uit hoofde van de toegezegde rechten per 31 december 2014

1

54

20

75

Hieronder zijn de belangrijkste veronderstellingen weergegeven die bij de bepaling van de voorzieningen zijn gebruikt:

Veronderstellingen bij de bepaling van de voorzieningen

 

2014

2013

Sterftetabellen

generatietafel 2010 - 2060 jaarlaag 2014

generatietafel 2010 - 2060 jaarlaag 2013

Disconteringsvoet

0,44%-2,29%

0,63%-3,49%

Verwachte salarisstijging

2,5%

2,5%

Verwachte stijging WAO-/WIA-uitkering

2,0%

2,0%

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

De post kortetermijnpersoneelsbeloningen bedroeg aan het eind van 2014 € 41 miljoen (2013: € 41 miljoen) en betreft alle verplichtingen aan het personeel – met uitzondering van het kortlopende deel van de lange termijnpersoneelsbeloningen – die naar verwachting binnen 12 maanden na balansdatum zullen worden afgewikkeld. Deze post omvat nog te betalen salarissen, vakantiedagen, bonussen en overige nog te betalen personeelslasten.

Toegevoegd aan Mijn verslag + Mijn verslag