Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Pijler 1: ondersteuning van klanten bij het maken van keuzes

Klanten hebben steeds meer invloed op het energiesysteem. Verreweg de meeste van onze klanten nemen gas en elektriciteit af. Daarnaast heeft inmiddels ook een sterk groeiend aantal de overstap gemaakt naar duurzame energie in de vorm van onder meer zonnepanelen, windmolens of biogasinstallaties. Onze uitdaging is ruimte te geven voor deze decentrale ontwikkeling van energie en tegelijkertijd de betrouwbaarheid van de infrastructuur hoog en de totale kosten voor iedereen zo laag mogelijk te houden.

Klanten met duurzame opwek1
  • 1Aantal geregistreerde aansluitingen met actieve terugleverinstallaties in het Liander-verzorgingsgebied.

Flexibel omgaan met energie

Verandering van energievormen vraagt ook om vernieuwing van ons dienstenaanbod om klanten zo goed mogelijk te faciliteren. Door vraag en aanbod van energie beter op elkaar aan te laten sluiten, kan het elektriciteitsnet de toename van duurzame opwek en de elektrificatie beter aan. De toename van de opwek van lokale duurzame energie uit wind en zon vraagt steeds meer van het elektriciteitsnet. Zo kunnen er stroompieken ontstaan en daar is het lokale net niet op gebouwd. Ook is het aanbod van elektriciteit minder goed voorspelbaar door het fluctuerende karakter van zonne- en windenergie.

Experimenten

In het verslagjaar hebben we verschillende experimenten gestart om samen met klanten nieuwe diensten te testen. Voorbeeld hiervan is het flexibel laden van auto’s. Buiten piekuren laden accu’s sneller op en binnen piekuren langzamer. Zo wordt het net minder zwaar belast. In Heerhugowaard testten we een nieuw marktmodel voor het flexibel omgaan met vraag en aanbod van energie. En in Rijssenwoud testen 35 huishoudens in 2017 een jaar lang een buurtbatterij voor lokale opslag van elektriciteit.

Burgerwindpark bij Nijmegen

In Nijmegen-noord, langs snelweg A15, ligt een nieuw windpark. Het park is een burgerinitiatief: verenigd in een energiecoöperatie beslissen en investeren leden en donateurs mee. Daarnaast kunnen ze 100% groene stroom afnemen. In april is de bouw van de windmolens gestart en in november is het park opgeleverd. Naar verwachting gaat het windpark energie opleveren voor 8.900 huishoudens. Alliander werkt mee aan de realisatie, maar doet ook samen met de coöperatie onderzoek naar mogelijkheden voor een effectieve energielevering. Bijvoorbeeld door de energie die door zon en wind is opgewekt via één kabel te transporteren (‘cable pooling’). Dit maakt de levering van energie effectiever en goedkoper.

Windpark van en voor bewoners

Aan de noordkant van Nijmegen in de Betuwe zijn in 2016 vier windturbines gebouwd. Op het eerste gezicht misschien niet bijzonder, maar wel als je bedenkt dat een coöperatie van bewoners eigenaar en ontwikkelaar is. Projectleider Pim de Ridder:  “Ik geloof heilig in een verschuiving van regie in energievoorziening.”

Het idee voor het windpark Nijmegen-Betuwe is zeker niet nieuw. In 1996 lag het plan voor het oprichten van 9 turbines al op de tekentafel, maar het kwam destijds niet van de grond. Met Nijmegen als groene stad en nieuwe klimaatambities werd het plan nieuw leven ingeblazen. Er kwam een burgercoöperatie die het gesprek met de gemeente aanging. “Bij ambitieuze doelstellingen horen gewoon windmolens”,  zegt De Ridder. “Op 6 december 2012 hebben we het plan opnieuw aangeboden.”

Naar verwachting gaat het windpark met vijf windmolens energie opleveren voor 8.900 huishoudens. De windmolens worden eigendom van de coöperatie en dus van mensen in de buurt. Ze produceren daarmee hun eigen, 100% groene energie. “Ik geloof heilig in een verschuiving van regie in energievoorziening. Dat bleek ook: er was vanaf het begin veel enthousiasme. De belangstelling voor Nijmeegse windaandelen was boven verwachting.” Bewoners konden alleen lid worden als ze financieel participeren. ”Daarmee hebben we het eigen vermogen voor het park bij elkaar gebracht en zijn we in 2015 met de bouw begonnen.”

Het windpark is sinds 1 november 2016 officieel in bedrijf. Aan een vijfde turbine wordt gewerkt. En er zijn meer plannen, volgens De Ridder. “Dit project smaakt naar meer. We zijn samen met Liander aan het uitzoeken wat er in de context van dit project nog meer mogelijk is. Er is bijvoorbeeld nog ruimte voor opwek van zonne-energie. Daarom verkennen we de mogelijkheden voor het aansluiten van zon en wind op één kabel.”

Stroomversnelling

Als we erin slagen om de bebouwde omgeving energieneutraal te maken, kunnen we een grote bijdrage leveren aan de doelstelling om de CO2-opgave te realiseren. Dit is echter een grote opgave. Dat is waar Alliander in het initiatief Stroomversnelling samen met woningcorporaties en bouwers aan werkt. In 2016 is de bouw gestart van 11.000 zogeheten Nul-op-de-Meter (NoM-)woningen. Dit zijn woningen waar de in- en uitgaande energiestromen per saldo op nul uitkomen. Onder meer door hoogwaardige isolatie, energiezuinige installaties en energieopwekking door bijvoorbeeld zonnepanelen. In totaal moeten er in 2050 4,5 miljoen woningen energieneutraal zijn gemaakt. Het tempo moet dus omhoog.

Autonome netwerken

Om de energietransitie mogelijk te maken, werken we binnen Alliander aan vernieuwende oplossingen. Met een toename van decentraal opgewekte energie zullen we in de toekomst vaker vormen van autonome systemen gaan tegenkomen. Voorbeelden hiervan zijn de energievoorziening op de Marker Wadden die we in 2016 hebben onderzocht en het eilandnetwerk bij Schoteroog, dat uiteindelijk niet doorging.

Marker Wadden

De Marker Wadden zijn eilanden in het Markermeer die momenteel worden aangelegd, met het primaire doel om de flora en fauna in het Markermeer te herstellen. Natuurmonumenten heeft van Rijkswaterstaat de concessie verkregen om de eilanden te realiseren en beheren. In 2016 zijn we aan het werk gegaan om samen met Natuurmonumenten te ontdekken hoe we de toekomstige gebouwen op het eiland, zoals de haven en het onderzoekscentrum, van duurzaam opgewekte energie kunnen voorzien.

Schoteroog

Voor het eiland Schoteroog vlakbij Haarlem ontwikkelden we een plan om een autonoom eilandnetwerk te realiseren voor vier bedrijven in het gebied. Het eilandnet zou geen traditionele aansluiting op een bestaand energienetwerk zijn. Daarom waren, anders dan gebruikelijk, lokale afspraken nodig met partijen die energie produceren, opslaan, distribueren, verbruiken en balanceren. Tijdens de voorbereidingen in 2016 kwam naar voren dat het niet mogelijk is om een vorm te vinden die aansluit bij de bestaande wet- en regelgeving. Er was geen weg te vinden om én te voldoen aan de bestaande regelgeving én een oplossing te vinden die voldeed aan de intenties van het concept.

Opslag van energie

Het wordt lastiger om vraag en aanbod van elektriciteit steeds op elkaar af te stemmen. Opslag is een van de oplossingen om pieken en dalen op te vangen. De mogelijkheden voor energieopslag zijn nog beperkt, maar ontwikkelen zich snel. Daarom volgen we energieopslag nauwgezet. We gaan samenwerkingsverbanden aan en starten proefprojecten. Zo richtten we ons in 2016 onder meer op de realisatie van de Buurtbatterij. Op zonnige dagen leveren klanten met zonnepanelen de energie die zij niet gebruiken terug op ons net. Ons net kan de groeiende hoeveelheid teruggeleverde energie echter niet aan. De Buurtbatterij is een lokale, collectieve oplossing voor overproductie van zonne-energie. Consumenten kunnen de zelf opgewekte elektriciteit centraal in de buurt opslaan en deze op een later moment weer afnemen. In 2017 vinden met de Buurtbatterij de eerste pilots plaats.

Flexibele energiemarkt getest in Heerhugowaard

Energie uit zon en wind wordt steeds meer decentraal opgewekt. Bovendien maken steeds meer mensen gebruik van duurzame apparaten, zoals een elektrische auto of een warmtepomp. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het lokale net, vertelt projectleider Moniek Thissen van Alliander. “Hoe gaan we om met tekorten en overschotten aan energie? Het is niet altijd wenselijk om het netwerk te verzwaren. Een andere oplossing is eindgebruikers flexibiliteit bieden in hun energieverbruik door apparaten slim te sturen. In het project Energiekoplopers hebben we het marktmodel USEF (Universal Smart Energy Framework) voor het eerst toegepast.”

Slim stroomgebruik

In het proefproject EnergieKoplopers in Heerhugowaard is het nieuwe marktmodel getoetst om flexibele energiehandel mogelijk te maken. “USEF maakt de handel in flexibiliteit mogelijk en omschrijft verschillende rollen. We hebben onderzocht welke waarde USEF heeft voor alle partijen in dit model.” Het model is tot eind 2016 uitvoerig getest in de wijk Stad van de Zon, een duurzame wijk met een grote dichtheid van woningen met zonnepanelen en energiezuinige Nul-op-de-Meterwoningen. Thissen: “Ruim 200 huishoudens kregen een slim apparaat geïnstalleerd dat flexibel stroomgebruik mogelijk maakt. Het apparaat regelt bijvoorbeeld automatisch dat een elektrische boiler een waterbuffer verwarmt wanneer de zon schijnt. Dit warme water kan dan later op de dag worden gebruikt.” Met succes: uit de proef bleek onder meer dat flexibiliteit ernstige congestie (een 'verstopping') op het net voorkomt en waardevol is voor de netbeheerder. Ook leverde het project veel inzichten op in de interactie tussen alle betrokkenen. “Zo bleek onder meer dat consumenten graag meewerken aan meer flexibiliteit, mits het hen gebruikers- en bediengemak oplevert en het proces moeiteloos verloopt. En een intermediair tussen vraag en aanbod van energie maakt de markt compleet, maar deze moet de gewenste flexibiliteit dan wel kunnen leveren.”

Landelijk opschalen

Het onderzoek helpt de overheid, commerciële partners en de sector een stap verder naar de toekomst. “Door het model daadwerkelijk te bouwen, wordt de uitdaging concreet”, vertelt Thissen. “Dat is nu in het klein gebeurd, maar het is de bedoeling dat we het uitbouwen in het nieuwe, landelijke project Dynamo. Met meer deelnemers en meer lokale verschillen. Door klein te beginnen en steeds uit te breiden, bouwen we een brug van een proeftuin naar een open markt.”

Toegevoegd aan Mijn verslag + Mijn verslag